Respiratoir syncytieel virus, of RSV, is een van de meest voorkomende maar vaak onderschatte luchtweginfecties. Het virus treft vooral baby’s en oudere volwassenen en speelt wereldwijd een grote rol in het aantal ziektegevallen en ziekenhuisopnames.
Vrijwel ieder kind komt binnen de eerste twee levensjaren in aanraking met RSV. Voor velen blijft het bij milde klachten zoals een loopneus of hoest, maar bij anderen kan het uitmonden in ernstige luchtweginfecties, ademhalingsproblemen en ziekenhuisopname. Uit onderzoek blijkt dat een groot deel van de kinderen die in het ziekenhuis belanden met een RSV infectie jonger is dan zes maanden. Wereldwijd leidt RSV jaarlijks tot miljoenen ziekenhuisopnames en tienduizenden sterfgevallen onder baby’s, vooral in landen waar toegang tot intensieve zorg beperkt is.
Ook oudere volwassenen lopen risico, zeker wanneer zij al te maken hebben met chronische aandoeningen zoals COPD of hartziekten. Hoewel RSV bij volwassenen vaak relatief mild verloopt, kunnen complicaties ernstig zijn en langdurige ziekenhuisopnames veroorzaken. Onder gehospitaliseerde ouderen van 65 jaar en ouder worden aanzienlijke sterftecijfers gerapporteerd.
RSV is niet alleen een medisch probleem. De ziekte brengt een brede kostenlast met zich mee die verschillende groepen raakt.
Gezondheid van patiënten
Bij sommige kinderen kan een ernstige RSV infectie gevolgen hebben op de langere termijn. Zo bestaat er een verhoogd risico op toekomstige gezondheidsproblemen, waaronder astma en een verminderde longfunctie. Dit kan ook later in het leven tot extra zorgkosten leiden.
Behandelingskosten
Wereldwijd gaat het om miljarden aan directe medische uitgaven, vooral door ziekenhuisopnames en intensive care behandelingen. Elke winter hebben duizenden baby’s ondersteuning nodig zoals zuurstoftherapie, sondevoeding of zelfs mechanische beademing.
Sociaal economische impact
Een ziek kind betekent ouders die tijdelijk niet kunnen werken, wat zowel gezinnen als werkgevers raakt. Bij oudere volwassenen kunnen complicaties leiden tot een langdurig herstel en verlies van zelfstandigheid, met gevolgen op sociaal en economisch vlak.
Pas sinds kort is effectieve RSV preventie beschikbaar. Na decennia van onderzoek en tegenslagen konden dankzij doorbraken in het stabiliseren van het RSV F-eiwit nieuwe vaccins en monoklonale antilichamen worden opgenomen in nationale programma’s.
Toch verschillen landen sterk in hun aanpak. Het Verenigd Koninkrijk investeerde vroeg in vaccinatie van zwangere vrouwen. Spanje koos voor monoklonale antilichamen voor baby’s. Nederland nam RSV-profylaxe pas eind 2025 op in het programma.
Deze verschillen laten zien hoe nationale gezondheidsraden eigen afweging maken tussen ziektebelasting, kosten en maatschappelijke impact.
Preventie vraagt altijd om investeringen. Niet alleen vaccins zelf kosten geld, maar ook de infrastructuur en toediening. Daarom speelt kosteneffectiviteit een grote rol bij beleidsvorming.
Het bepalen van kosteneffectiviteit gebeurt aan de hand van Quality Adjusted Life Years, een maat die gezondheidswinst vertaalt naar levensjaren in goede gezondheid. Landen hanteren hiervoor verschillende drempels. In Nederland ligt deze voor preventieve interventies op twintigduizend euro per QALY, terwijl het Verenigd Koninkrijke en bandbreedte hanteert die hoger ligt.
Maar bij besluitvorming gaat het om meer dan alleen cijfers. Het Verenigd Koninkrijk hecht sterk aan economisch modelleren en neemt daardoor sneller besluiten.
Nederland hanteert strengere criteria, wat soms leidt tot uitstel van implementatie, zelfs wanneer vaccins al door de EMA zijn goedgekeurd. Ook budgetdruk, twijfels over vaccinatie en verschillen tussen klinische richtlijnen en economische beoordelingen compliceren het proces.
Real World Evidence speelt een steeds belangrijkere rol bij het onderbouwen van beleidskeuzes. Deze projecten leveren data over hoe preventieve maatregelen daadwerkelijk uitpakken in de praktijk en helpen overheden inschatten of programma’s de verwachte gezondheidsvoordelen opleveren.
Met RWE kunnen belangrijke vragen worden beantwoord, zoals:
• Hoe verhouden verschillende preventiestrategieën zich tussen landen
• Wat is de daadwerkelijke impact op ziekenhuisopnames en zorgkosten
• Welke rol spelen seizoenspatronen en demografie
Zonder deze inzichten blijven beleidsbeslissingen gebaseerd op aannames. Met Real World Data kunnen overheden beter afwegen hoe volksgezondheid en financiële houdbaarheid in balans blijven.
Onderzoekers en gezondheidsinstanties hebben al belangrijke stappen gezet in het begrijpen van de impact van RSV preventie. Verschillende studies laten zien dat ziekenhuisopnames dalen na de invoering van preventieprogramma’s, al zijn sommige onderzoeken nog beperkt in omvang. Om een volledig beeld te krijgen zijn grotere en internationale datasets nodig.
Daarom werken wij, net als onderzoekers, aan datagedreven beleidsvorming. Met de RTI Observatory hebben we een platform ontwikkeld dat Real Dorld data over luchtweginfecties van Europese ziekenhuizen samenbrengt. Hierdoor worden grensoverschrijdende analyses mogelijk en ontstaat inzicht in de werkelijke impact van behandeling en preventie van respiratoire infecties.
Alfano, F., Bigoni, T., Caggiano, F. P., & Papi, A. (2024). Respiratory syncytial virus infection in Older adults: an update. Drugs & Aging, 41(6), 487–505. https://doi.org/10.1007/s40266-024-01118-9
Herring, W. L., Zhang, Y., Shinde, V., Stoddard, J., Talbird, S. E., & Rosen, B. (2021). Clinical and economic outcomes associated with respiratory syncytial virus vaccination in older adults in the United States. Vaccine, 40(3), 483–493. https://doi.org/10.1016/j.vaccine.2021.12.002
Lassen, M. C. H., Johansen, N. D., Christensen, S. H., Aliabadi, N., Skaarup, K. G., Modin, D., Claggett, B. L., Larsen, C. S., Larsen, L., Wiese, L., Dalager-Pedersen, M., Lindholm, M. G., Jensen, A. M. R., Dons, M., Bernholm, K. F., Davidovski, F. S., Duus, L. S., Ottosen, C. I., Nielsen, A. B., . . . Biering-Sørensen, T. (2025). RSV prefusion F vaccine for prevention of hospitalization in older adults. New England Journal of Medicine, 394(2), 138–151. https://doi.org/10.1056/nejmoa2509810
Malinczak, C., Fonseca, W., Hrycaj, S. M., Morris, S. B., Rasky, A. J., Yagi, K., Wellik, D. M., Ziegler, S. F., Zemans, R. L., & Lukacs, N. W. (2024). Early-life pulmonary viral infection leads to long-term functional and lower airway structural changes in the lungs. American Journal of Physiology-Lung Cellular and Molecular Physiology, 326(3), L280–L291. https://doi.org/10.1152/ajplung.00300.2023
Wildenbeest, J. G., Billard, M., Zuurbier, R. P., Korsten, K., Langedijk, A. C., Van De Ven, P. M., Snape, M. D., Drysdale, S. B., Pollard, A. J., Robinson, H., Heikkinen, T., Cunningham, S., O’Neill, T., Rizkalla, B., Dacosta-Urbieta, A., Martinón-Torres, F., Van Houten, M. A., Bont, L. J., Wildenbeest, J., . . . Molero, E. (2022). The burden of respiratory syncytial virus in healthy term-born infants in Europe: a prospective birth cohort study. The Lancet Respiratory Medicine, 11(4), 341–353. https://doi.org/10.1016/s2213-2600(22)00414-3
World Health Organization: WHO. (2025, December 19). Respiratory syncytial virus (RSV). https://www.who.int/news-room/fact-sheets/detail/respiratory-syncytial-virus-(rsv)